banner_agenda1.jpg

Deze pagina uitprinten? klik op het driehoekje hiernaast:

Vragen bij de preek van zondagmorgen 9 aug 2020

Handelingen 27 : 21 - 25:

1.         Kun je iets vertellen over de reis die Paulus maakte? Van waar kwam hij en waar ging hij naar toe? En waarom maakte hij die reis?

2.         Waarom hadden de zeelui niet naar Paulus geluisterd? Wat kunnen wij daaruit leren?

3.         Wat had Paulus van de Heere gehoord en wat mag hij doorgeven aan de opvarenden? Horen wij ook zo’n boodschap van de Heere? Hoe en wanneer?

            Geven wij de boodschap ook door?

4.         Waarom werd Paulus en de anderen eigenlijk gered? Wie zorgde daarvoor en wat leren wij daaruit?

7.         Wat leer je voor jezelf uit deze geschiedenis?

8.         Vertrouw je ook op de Heere, juist ook nu, in deze tijd?

 

En als men langen tijd zonder eten geweest was, toen stond Paulus op in het midden van hen, en zeide: O mannen, men behoorde mij wel gehoor gegeven te hebben, en van Kreta niet afgevaren te zijn, en dezen hinder en deze schade verhoed te hebben;

Doch alsnu vermaan ik ulieden goedsmoeds te zijn; want er zal geen verlies geschieden van iemands leven onder u, maar alleen van het schip.

Want dezen zelfden nacht heeft bij mij gestaan een engel Gods, Wiens ik ben, Welken ook ik dien,

Zeggende: Vrees niet, Paulus, gij moet voor den keizer gesteld worden; en zie, God heeft u geschonken allen, die met u varen.

Daarom zijt goedsmoeds, mannen, want ik geloof Gode, dat het alzo zijn zal, gelijkerwijs het mij gezegd is.

Hoe Paulus zijn medeopvarenden aanspreekt in de nood van hun leven:

1. Hij wijst hen op de oorzaak van hun nood.

2. Hij bemoedigt hen te midden van die nood.

3. Hij verhaalt hun de grond van hun redding uit die nood. 

 


 

Vragen bij de preek van zondagavond 9 aug 2020

Tekst: Mattheus 13 vers 44:

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

Thema: Een schat in de akker:

1) Verborgen

2) Gevonden

3) Gekocht

Liturgie

Psalm 73: 12
Psalm 73: 13
Lezen Mattheus 13: 44-58

Psalm 52: 5, 6, 7
Psalm 17: 7, 8
Psalm 73: 14

Citaat:

“Roem wereld uw schatten. Gij kunt niet bevatten. Hoe rijk ik wel ben. Ik heb alles verloren, maar Jezus verkoren, wiens rijkdom ik ken. Nu ben ik de Zijne. Zijn goed is het mijne. Dat maakt mij zo rijk”. H. Van Alpen.

 

Leestip:

Markus 10: 13-31 (rijke jongeling)

Lukas 17: 20-37 (leven willen behouden)

Jesaja 55 (komen als een arme zondaar)

 

Belijdenis: HC Zondag 6 (vraag en antwoord 19)

Vraag: Maar wie is deze Middelaar, Die tegelijk waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mens is?

Antwoord: Onze Heere Jezus Christus, Die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot een volkomen verlossing geschonken is.

 

Gespreksvragen:

1. Het Koninkrijk der hemelen staat in een contrast met een aards koninkrijk. Wat is het grote verschil tussen deze koninkrijken? Wat moesten de discipelen leren (vgl. Math. 5: 3, Joh. 18:36)?

2. Waarom sprak de Heere Jezus in de vorm van gelijkenissen? Waarom is het een verkeerde gedachte dat dit een gemakkelijke manier van onderwijzen is? Zie o.a. Matth. 13:11.

3. Waarom vertelde Jezus zowel een gelijkenis over de schat in de akker als de parel van grote waarde? Is er (enig) verschil?

4. Hoe moeten wij de schat in de aarde geestelijke verstaan? Zie o.a. 1 Petr. 1:3-5.

5. De schat lag verborgen en werd plotseling gevonden. Hoe kunnen mensen plotseling op deze schat tijdens de erediensten of thuis stuiten?

6. De vinder in de gelijkenis verbergt de schat weer in de aarde en gaat alles verkopen om de schat te kunnen kopen.  We zien de gelijkenis van de schat in de akker wel toegepast in de geschiedenis van de ‘rijke jongeling’. Leg dat eens uit.

7. De rijkdom was een boezemzonde voor de jongeman. Het was een ‘sta-in-de-weg’ om het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Wat zou Jezus tegen u en jou zeggen? Wat moet u of jij weg doen?

8. Leg uit wat er staat in Math. 5: 31: “En indien uw rechterhand u ergert, houw ze af en werp ze van u; want het is u nut dat één uwer leden verga en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.”

9. Wat was bij Paulus de ‘sta in de weg’ volgens zijn schrijven aan de gemeente van Filippie? Welke omstandigheden noemt hij heel duidelijk uit zijn leven op grond waarvan hij dacht verdienstelijk te zijn voor God?

10. Paulus zegt in Filippenzen 3 vers 7 dat hij alles schade en drek heeft moeten leren achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus. En in vers 8 zegt hij dat hij dat nog steeds doet. Waarom moet hij dat ook na zijn bekering nog doen?

Voor de jongste kinderen:

1. Vond je het een mooi verhaal, de gelijkenis van de schat in de akker? Waarom wel of niet?

2. Heb jij wel eens iemand zien zoeken naar een schat in de grond met een metaaldector? Wat zoekt zo iemand? Antwoord: a) hij zoekt appels, b) hij zoekt oude munten enzo, c) hij zoekt een konijn.

3. Waarom is de Heere Jezus een ‘schat in de akker’?
Antwoord: omdat Hij ons alles kan g……………….en wil za……………. ma………………

4. Welke spullen ging de man in de gelijkenis verkopen? Waarom deed hij dat?

5. De rijke jongeling vond zijn mooie spullen belangrijker dan de Heere Jezus.
Welk speelgoed is voor jou heel belangrijk?