kerk_001.jpg

Binnenkort

  • wo 19 feb. (14:30 - 16:15)
    Shaare Zedek mevr. v.d. Berg
  • ma 24 feb. (19:00 - )
    Zendingsavond
  • di 25 feb. (21:15 - 22:00)
    Ledenvergadering
  • za 07 mrt. (09:00 - 10:00)
    Doopzitting
  • zo 15 mrt. (09:30 - )
    Bediening HD
  • wo 18 mrt. (10:00 - 12:00)
    Inloopochtend
  • wo 25 mrt. (14:30 - 16:15)
    Israël en de Joodse godsdienst dhr. G. Kranendonk
  • di 31 mrt. (19:45 - )
    Jaarlijkse ledenvergadering
  • za 04 apr. (08:00 - )
    Paaspakketten
  • wo 29 apr. (14:30 - 16:15)
    Rien Mouw natuurfotograaf leven op de Veluwe
  • Een gepaste nieuwjaarsbede

    Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE.
    Psalm 4:7b

    We staan weer aan het begin van een nieuw jaar. Wat zal het nieuwe jaar ons brengen? Rondom ons ziende kan vrees en zorg het hart vervullen. Op politiek gebied is het verre van rustig. In vele landen is er oorlogsgeweld. Vrees voor terrorisme houdt menigeen bezet. Ook in ons land neemt de intolerantie en de onverdraagzaamheid toe. Welke wetsvoorstellen zullen dit jaar tot wet verheven worden? Wetten die indruisen tegen het Woord van God? De revolutiegeest grijpt om zich heen. Steeds luider wordt de roep tegen de Heere en Zijn Gezalfde gehoord: 'Laat ons Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen.' Er wordt weleens gezegd dat ons land zendingsland geworden is.
    Ook in de kerk zijn er veel zaken die zorg geven. Er is de doorgaande afval en het verval. Er zijn onderlinge twisten, zelfs over de meest tere onderwerpen. Het brengt vaak hete hoofden, maar koude harten met zich mee! Misschien zijn er zorgen in uw gezin, familie of persoonlijk leven. Zorgen vanwege ziekte, tegenspoed en kruis. En zo kunnen er vele zaken zijn, die zorg, moedeloosheid en vrees teweegbrengen. Misschien leeft de bange vraag in uw hart: Wat zal het nieuwe jaar ons brengen? Misschien moet u het de dichter nazingen:
    Duizend zorgen, duizend doden,
    Kwellen mijn angstvallig hart.
    Dan verstaat u ook de vraag die er leefde in de harten van Davids knechten: 'Wie zal ons het goede doen zien?' Ze verkeerden met hun koning in bange omstandigheden. Absalom was in opstand gekomen en het volk had zich achter hem geplaatst. En nu was hij met een groot leger onderweg naar David. Spoedig zou de strijd losbranden. Maar wat moesten de weinige getrouwen van David beginnen tegen zo'n groot leger? Geen wonder dat ze mompelden: 'Wie zal ons het goede doen zien?'
    In deze gebroken wereld, waarin de gevolgen van de zonde zich doen gevoelen, blijft deze vraag niet onbekend. Maar wat verstaat u onder het goede? Een goede maatschappelijke positie of een hoge bankrekening? Uiterlijke voorspoed, eer en aanzien? Maar al deze dingen moeten we bij ons sterven achterlaten. En hoe spoedig kan dat ogenblik aanbreken. Misschien is dit jaar ons sterfjaar. We weten immers de dag van onze dood niet. En als we dan niet meer hebben, zijn we toch

    nameloos arm.
    Als de Heere ons nieuw leven schenkt, ontdekken we dat we altijd aan het werkelijke goede zijn voorbijgegaan. Want het goede is de gemeenschap met God, is ten diepste Christus. We hebben verzoening, vrede met God nodig. Wie dat gaat zien, gaat er ook naar zoeken. Een zoeken naar het goed dat nimmermeer vergaat. En daarom wordt de vraag aan het begin van het nieuwe jaar aan ons hart gelegd: Is het uw/jouw bede al geworden:
    Geef dat mijn oog het goed' aanschouw',
    't welk Gij, uit onbezweken trouw,
    Uw uitverkoor'nen toe wilt voegen;
    Opdat ik U mijn Rotssteen noem'.
    Verstaan we de diepe inhoud van dit gebed? Deze vraag is een blijvend gebed in het leven van hen die de Heere vrezen. Ze komt voort vanuit een zich schuldig kennen voor Gods aangezicht, vanwege een doorleefd Godsgemis, vanwege de noodzaak om een Borg te leren kennen. Bent u om Christus de Levensvorst verlegen, omdat u uzelf midden in de dood hebt leren kennen? Maar ook vanwege de macht van satan, zonde en wereld in uw leven? In eigen kracht kunnen we niet een ogenblik staande blijven, kunnen en willen we de Heere niet bedoelen. Daarom moeten Gods kinderen zich vaak bij de Heere aanklagen omdat ze zo weinig geloofskracht beoefenen en vaak zo lusteloos zijn om God te dienen. En daarom: 'Verhef Gij over ons... Het licht van Gods vriendelijk aangezicht verdrijft alle vrees. Dat alleen verbreekt de banden van ongeloof. Dan wordt de blik van de omstandigheden afgewend en op Hem gericht Die alles in Zijn Hand heeft. O deze verheffing vervult het hart met een heilige vreugde in God door Christus. Licht geeft immers leven. In het paradijs was het licht in onze ziel, maar het is gedoofd. Daarom gaat een ontdekt hart vragen om licht. Licht bij God vandaan. Dat hebben we in het nieuwe jaar nodig! De beleving van de duisternis verwekt in ons de bedelaarsbede: Verhef Gij over ons het licht van Uw aanschijn.
    Velen zoeken het goede van deze wereld. Ze zoeken het in de wereld of in een eigenwillige godsdienst. Maar dat glipt ons in het uur van sterven uit handen. Het ervaren van Gods vriendelijk aangezicht geeft licht, ware rust en vrede. Dan moet satan wijken, ligt de schuld bedekt, is het aanklagend geweten stil en moet de wet zwijgen. Met het licht van Gods aanschijn kunnen we overal door. Nee, de Heere heeft Zijn Kerk geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden thuiskomst. Want hoe donker ooit Gods weg mag wezen,
    Hij ziet in gunst op die Hem vrezen. David heeft het ook mogen ondervinden. Terwijl de vijanden naderen, mag hij zich aan zijn God overgeven. Zalige overgave des geloofs! En ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs mag hij getuigen: 'Ik zal in vrede tezamen nederliggen en slapen.' Van harte wens ik alle lezers en lezeressen de beleving van deze bede toe.

    Ds. B. van der Heiden

    Contact WebMaster