banner_agenda1.jpg

Vragen bij de preek van zondagavond 23 februari over HC Zondag 27

1. Waarom is het een grote dwaling om te denken dat het doopwater echt de zonden afwast?
    Welke consequenties heeft deze gedachte gehad in de Rooms Katholieke Kerk?

2. Ook wij kunnen – zonder het zo te zeggen – het doopwater ‘overschatten’.
    Dat betekent dat wij er teveel waarde aan hechten. Leg dat eens uit.

3. In antwoord 73 wordt gezegd dat de zonden door ‘het bloed en de Geest’ worden weggenomen.
    Waarom wordt hier ook de Geest genoemd?
    Begrijpt u/jij ook waarom Johannes de Doper in dit verband spreekt van ‘vuur’:
    ‘deze zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur’ (Lukas 3:16).

4. Maar hoe kan dat nu, enerzijds wordt ons geleerd dat de doop ons niet zalig maakt en aan de andere kant wordt gesproken van een “Goddelijk pand en waarteken” waarmee de Heere ons de vergeving van zonden wil “verzekeren”?
Hoe moet de heilige doop nu in ons leven functioneren?
Leg dat eens uit aan de hand van de uitspraak van Luther die als de duivel het hem benauwd maakte
riep: ‘duivel ik ben gedoopt!’

5. Leg eens uit: ‘het is logisch dat als de kinderen eerst werden besneden (de jongetjes)
    dat nu de kinderen ook gedoopt worden’.

6. In het Nieuwe Testament lezen we wel op vier plaatsen dat ‘het hele huis’ werd gedoopt.
    Daartoe behoorden alle mensen, volwassenen en kinderen. Noem eens twee van deze plaatsen.

7. Tegenstanders van de kinderdoop wijzen op Markus 16 vers 16:
    ‘Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben,
    zal verdoemd worden’. Zij zeggen: zie je wel, eerst met je geloven
    (en dat kunnen kleine kinderen nog niet) en dan pas kun je gedoopt worden.
    Waarom is dat een verkeerde uitleg van deze tekst?

8. Ook wordt wel gewezen op de Kamerling uit Hand. 8.
    Men zegt dat: deze man moest eerst zijn geloof belijden en daarna mocht hij gedoopt worden.
    Waarom is dit argument niet relevant voor de kinderdoop?

9. Waarom wilde de kamerling zo graag gedoopt worden?
    Bent u, ben jij ook zo verblijd over het feit dat u/jij gedoopt bent?

Leestips:

  • Markus 16 (doopbevel)
  • 1 Korinthe 6 (afgewassen en geheiligd)
  • Handelingen 2: 37-47 (belofte aan kinderen)

Voor de jonge kinderen:

1. Een meisje sprak eens vlak voor haar sterven: ‘wat ben ik toch blij dat ik gedoopt ben’.
    Waarom was zij hierover zo verheugd?

2. Het water van de doop ziet op het ……………….. van de Heere Jezus
    en op de werking van de H………………. G. ……………………

3. Wat is niet juist:
    a) het water van de doop wast onze zonden af,
    b) ook kleine kinderen moeten gedoopt worden,
    c) de doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen.

4. In de doop van een klein kind verbindt de Heere Zijn Naam aan die van het kind.
    Waarom is dat zo fijn?
    Antwoord: ‘omdat de Heere hiermee laat zien dat Hij het kindje kan en wil zaligmaken’.